|
Een (Primaire) Unieke Identificator wordt gevormd op basis van een Attribuutset (zie Diagram 5.1). Een Identificator identificeert altijd een begrip, een (Primaire) Unieke Identificator wordt gebruikt in Begripsentiteit. Elke Begripsentiteit kan meerdere Unieke Identifcatoren hebben. Één van deze unieke identificatoren wordt aangewezen als de Primaire Unieke Identificator. Laatstgenoemde zal opgenomen worden in de Begripsentiteit zelf, de alternatieve unieke identificatoren worden opgenomen in sleutelcontext-entiteiten (zie Diagram 4). Naast de Identificator wordt ook nog een Unieke Sleutel onderkend; dit is o.a. voor sleutels van niet-Begripsentiteiten; die hebben uiteraard wel een sleutel maar zijn geen Identificator. |
|
|
|